400 jaar Nederlandse zeevaart naar de Oost

Afdrukken E-mail

 

400 jaar band van Nederland met het werelddeel Australië is in 2006 gevierd. Interessant is de rol, welke sloepen in die tijd hebben vervuld.
Belangrijke tijdschriften hebben deze 400 jarige band aandacht gegeven. Allerlei sportieve ontmoetingen tussen Australiërs en Nederlanders hebben plaatsgevonden. Een aantal museums hebben een Australië thema getoond. Het herdenkingsjaar is in november 2006 afgesloten, na het bezoek aan Australië van onze kroonprins en zijn echtgenote

 In 1606 heeft het Hollandse schip de Duyfken de Australische westkust per ongeluk aangelopen. Ook de fatale maidentrip trip van de Batavia (1628) ligt aan onze herdenking ten grondslag. Deze gebeurtenissen zijn internationaal niet voldoende erkend. Ongeveer 140 jaar na de landing van de "Duyfken" plaatst kapitein Cook het Britse vaandel in Botany bay aan de oostkust op het strand. Dat telt. Hierdoor is Australië een Engels land geworden. Heden willen Australische onderzoekers aantonen, dat groepen Hollanders, na de schipbreuk van hun schip, de eerste zijn geweest die met Nunda-aboriginals hebben samengeleefd. Zonder hulp zouden zij het daar niet overleefd hebben; er was nauwelijks water te vinden. Nederlanders zijn bezig met DNA onderzoeken. 
De sloep van de Batavia heeft na het vastlopen op de Australische kust, in de geschiedenis aldaar, een heel belangrijke rol gespeeld.

 Replica van het spiegel retourschip "Batavia" bouwjaar 1628,
lengte 53, breedte 11 en diepgang geladen ongeveer 3
½ meter, zeiloppervlak 1100 m2. Reddingsboot 1 en 1 werkboot. 38 passagiers en 300 zeevarenden en soldaten.

De opvarenden
Tijdens de handelsreizen in de zeventiende eeuw varen schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (V.O.C) in konvooi de wereld over met handelswaar (geld, edelmetaal en sieraden) om in Azië andere waardevolle goederen in te kopen. De havenstad Batavia is de Aziatische hoofdpost. Voor dergelijke reizen hebben schepen ongeveer 30 personen als bemanning nodig. In die tijd echter, is het noodzakelijk om reserve zeelieden aan boord te hebben. Tegen piraterij en voor taken op het land in Azië is het schip uitgerust met kanonnen en veel soldaten. Bovendien vervoert het schip passagiers (vaak vrouwen en kinderen). Naar status of rangorde bewonen zij een gedeelte van het schip. De schepen varen naar Kaapstad met als eindbestemming Batavia op Java. Een voorspoedige enkele reis duurt ruim acht maanden. 

  De Duyfken in Queensland
Zeilen voor Zaken
Op 29 oktober 1628 vertrekt bij gunstige wind, vanaf de rede van Texel, een konvooi van acht V.O.C.- schepen; de "Batavia" is daarbij, maar het vlaggenschip "Frederik Hendrik" niet. De koers is naar Kaapstad.
Dit is de revisie-haven (tussenstop) voor schip, uitrusting en bemanning onderweg naar Indië. Na Kaapstad gaan de schepen, goed uitgerust, de Indische Oceaan op. Aan boord van de "Batavia" bevinden zich kapitein Jacobsz en 341 opvarenden. Daarbij bevinden zich Franciscus Pelsaert, als waarnemend commandeur van het V.O.C.-konvooi en onderkoopman Cornelisz als zijn assistent. Het eigenlijke vlaggenschip de "Frederik Hendrik" met aan boord commandeur Jacques Specx ontbreekt. Specx bekleedt een hoge functie bij de V.O.C. en is lid van de raad van bestuur van Indië. Deze komt na; hij heeft huwelijksplannen voor hij zee kiest en daarna kan de bruid mee.

 Franciscus Pelsaert

Tussenstop Kaapstad
Commandeur Pelsaert en Kapitein Jacobsz kennen elkaar al van een andere reis; namelijk op de "Dordrecht". Toen al bestonden er tussen hen  conflicten. Jacobsz, een ervaren zeeman, is een nogal onbehouwen persoon; hij kan moeilijk overweg met zijn superieur Pelsaert (33 jaar), die een meer verfijnd type is. Geen van beide is blij om samen te varen. Gedurende de reis spelen zich allerlei drama’s af; liefde, verkrachting, haat, ziekte, dood en plannen tot piraterij. In Kaapstad wordt het schip gereinigd, zeilen vervangen, proviand ingenomen en personele zaken geregeld. Een groot deel van de bemanning moet worden aangevuld. Ook worden de misdragingen, die het afgelopen deel van de reis hebben plaatsgevonden, disciplinair gestraft. (Ook de misdragingen van kapitein Jacobsz).


Naar de Oost
Als gevolg van de disciplinaire maatregelen, welke de commandeur heeft laten opleggen, is de verstandhouding van de staf aan boord na vertrek uit Kaapstad ernstig verslechterd. Ten gevolge van storm slaat het konvooi uiteen en varen de schepen op eigen gelegenheid naar de bestemming. Bovendien wordt 
de commandeur  zeer ernstig ziek. Beide zaken komen Jacobsz  goed van pas, want hij wil het roer om; hij wil verder als piraat. Pelsaert  herstelt echter en hierop bereidt kapitein Jacobsz een muiterij voor. Om daarbij de bemanning op zijn hand te krijgen, laat hij zijn hoog bootsman Evers in het geheim een scene organiseren met een passagier. Het slachtoffer is de gehuwde vrouw Lucretia Jans, die hem steeds heeft afgewezen. Commandeur Pelsaert denkt de daders van deze verkrachting te kennen, maar stelt de berechting uit en voorkomt hiermee muiterij.

  Figuur aan dek van de Batavia

Onherstelbaar falen

Na Kaapstad is de haat van schipper Jacobsz  naar Pelsaert bijna onbeheersbaar geworden; hij raakt zeer gedemotiveerd. Jacobsz verwaarloost de navigatie; hij laat het schip veelal over aan minder bekwame ondergeschikten.  Oostwaarts varende op 38 graden zuiderbreedte, voor de wind en met de zeestroom mee, verloopt de reis van Kaapstad met bestemming Batavia op Java voorspoedig. Het schip zou tot de kust van Australië ruim 4500 zeemijlen moeten afleggen en zou daar ongeveer 40 dagen over doen. Op een bepaald punt dient men de koers te wijzigen naar een meer noordelijke; dit om vrij te blijven van de Houtman eilanden; deze liggen ongeveer op 40 mijl voor het vaste land van Australië. Het moment waarop dit gebeurt wordt grotendeels geput uit de ervaring van de schipper.
In die tijd is de plaatsbepaling niet echt nauwkeurig. De breedtegraad is goed, maar de lengtegraad is moeilijk te bepalen. De instrumenten, welke daarvoor nodig zijn, worden 40 jaar later uitgevonden. (Chronometer).  Daarnaast vinden door het nalatig gedrag van de kapitein  ernstige navigatie fouten plaats. De gevolgen zijn desastreus. In de nog donkere morgen van 4 juni 1629 loopt het schip bij hoog water vast op de rotsen van het Morning Reef, één van de Houtman rotsen. Dertig opvarenden komen direct daarbij om. Het schip zit muurvast en gaat bij laag water op haar zij liggen; het moet als verloren worden beschouwd.

  Schipbreuk in juni 1629

Hoe de overlevenden aan wal zijn geraakt, is op zich een verzameling van persoonlijke drama’s. Bij het van boord halen van de schepelingen van het gestrande schip gaat ook nog de zo belangrijke werkboot verloren. Later worden met de sloep enkele vaartochten gemaakt naar de omliggende eilanden en het vaste land, om te zoeken naar voedsel en drinkwater. Er wordt weinig gevonden.

Zeilen voor hulp
De boot is op haar zoektocht door wind en stroming bijna onbereikbaar ver van de Batavia verwijderd. Er is slechts voldoende drinkwater verzameld voor de mensen in de sloep, hierom besluit Pelsaert om per direct met de sloep naar de haven van Batavia (Jakarta) te varen, teneinde bij de rederij een reddingschip te verkrijgen.


Sloep van de Batavia

Kapitein Jacobsz is ook aan boord. De afstand van ruim 1200 zeemijlen naar het eiland Java wordt door gunstige zeestroom binnen twee weken afgelegd. In Straat Soenda wordt de overvolle sloep met 48 opvarenden (waaronder twee zwangere vrouwen) door de "Frederik Hendrik" opgepikt. Vier dagen later komen zij aan in de haven van Batavia. (Java). De reis heeft minder dan een maand geduurd. Pelsaert doet verslag aan Jan Pieterszoon Coen. Tevens dient hij, vanwege de verkrachtingen, een aanklacht in tegen kapitein Jacobsz en de hoog-bootsman Evers. De laatste wordt ter dood gebracht en de kapitein belandt in de gevangenis.

De redding
Een week na aankomst stuurt de V.O.C. commandeur Pelsaert met het jacht/ fluitschip "Sardam" (bemanning 25) terug naar de Houtman Eilanden om de schipbreukelingen te redden. Vier inlandse duikers zijn extra aan boord om het verloren gegane zilver en de andere kostbaarheden te bergen. Ten gevolge van ongunstige zeestromingen en het slechte weer loopt de Sardam grote vertraging op en arriveert zij pas in september.(drie maanden na de schipbreuk).

Liquidaties
Op de Houtman Eilanden voert de achtergebleven onder koopman en scheepsarts Cornelisz een waar schrikbewind. Voedselschaarste zou het motief zijn, maar er is meer. Er gebeuren daar de aller-vreselijkste dingen. Hij laat zijn handlangers 120 opvarenden vermoorden. En hij geeft zelfs aan, op welke wijze zij moeten worden omgebracht; zijn eigen handen houdt hij schoon. Met de aan hem getrouwe handlangers is hij van plan om het eerste schip, dat te hulp komt, te overmeesteren en daarmee op piraat vaart te gaan. Er zijn tevoren nog wat mensen aan hem ontsnapt, maar Cornelisz veronderstelt, dat zij van honger of dorst zullen zijn omgekomen.

De redding en rechtspraak
Bij de aankomst van Pelsaert zijn alle sporen van geweld door Cornelisz en zijn helpers gewist en de doden zijn begraven of in zee verdwenen. Cornelisz roeit met zijn gewapende schavuiten naar de Sardam om deze te overmeesteren. Pelsaert wordt op tijd gewaarschuwd door overlevenden, die, uit angst voor Cornelisz, naar een ander eiland zijn gevlucht. Hij laat Cornelisz en zijn mannen ontwapenen en aan boord komen. Achteraf heeft Pelsaert vernomen, wat er zich op de eilanden heeft afgespeeld. Hij heeft eerst op de Sardam recht gesproken en later aan de wal. De straffen zijn ten uitvoer gebracht; de moordenaars zijn opgehangen, behalve twee heel jonge mannen. Die zijn verbannen naar een ander eiland. Bijna al het zilver en de juwelen worden boven water gehaald. Vierenzeventig drenkelingen zijn met de "Sardam" veilig in Batavia aangekomen. Kapitein Jacobsz is later vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs.

In deze geschiedenis heeft de sloep van de Batavia een doorslaggevende rol gespeeld bij de redding in die tijd. Al roeiend en zeilend met veel teveel mensen aan boord legde ze 1200 zeemijlen af om het eiland Java te bereiken. Een onvoorstelbare prestatie.

Achteraf
Indien u over deze geschiedenis meer wilt lezen; verwijs ik naar de V.O.C. site
http://www.vocsite.nl en de publicatie "de Batavia te water", Vibeke Roeper, Robert Parthesius, Lodewijk Wagenaar, Bataafse Leeuw, Amsterdam 1995 en dank aan hen voor het portret van de commandeur en ander beeldmateriaal. http://www.bataafscheleeuw.nl/

  Batavia in Marine Museum, Freemantle

De "Batavia" is op de rotsen van het Morning Reef gelopen en door stormen aan stukken geslagen en gezonken(28.30' ZB en 113.47' OL. Het wrak is in 1963 teruggevonden en na 335 jaar geborgen. In het Maritiem museum te Freemantle wordt het bewaard. http://www.museum.wa.gov.au/maritime/ Toch kunt u heden nog in Nederland aan boord stappen van de "Batavia", die in 1995 te water is gelaten. Reist u naar Lelystad om het schip in te bewonderen. Niets is gekunsteld aan boord; u bent u in 1628; het was een hard leven. De Batavia (2) is gedoopt met het zeewater, waarin haar spraakmakende voorganger is vergaan. http://www.bataviawerf.nl De replica van de Duyfken, die in Australië is gebouwd heeft een historische rondtoer om Indië en Australië afgelegd; eindbestemming is in Queensland, Port Douglas bij Cairns. Hier dient zij als museum en informatiecentrum. http://www.duyfken.com/ en http://nl.wikipedia.org/wiki/Duyfken
Meer over de scheepvaart en de boten uit de Gouden Eeuw kunt u vinden onder het hoofdstuk: " Sloepen in de zeventiende eeuw." Heeft u aanvullingen, opmerkingen of, vragen maak dan contact met sloep.org.(contact)


    Figuur aan dek van Duyfken.

Aanvulling ramp Batavia
De Houtman Abrolhos eilanden zijn lage eilanden, waarvan het grootste deel bij hoog water onzichtbaar is; overdag zou men wellicht het z.g.. Rateiland aan stuurboord hebben kunnen waarnemen. De opening tussen de eilanden is slechts enkele mijlen en wordt plotseling ondiep. Het is aan te nemen, dat de ondergang van de Batavia op deze riffen ook bij daglicht onvermijdelijk zou zijn geweest. De grote schepen in die tijd voeren veel zeil en hebben in verhouding een klein roer. Wanneer men de ondiepten ontdekt, is het veelal te laat om de zeil voering te veranderen en koers te wijzigen.

De Batavia is in het pikkedonker met een grote klap bij hoog water op de klippen gevaren. De grote mast is naar beneden gekomen; heeft een aantal opvarenden vermorzeld en de scheepsboorden vernield. De sterkte van het schip valt hierdoor voor een belangrijk stuk weg. Daarna ligt het schip vol met ballast hoog en onstabiel dragend op de rotsen. Bij eb valt het schip op haar bakboord zijde. Men probeert nog wel een gedeelte te lossen, maar bij laag water ziet men in, dat het schip niet meer te redden is. Bijna direct na de ramp steekt er een storm op. Dagen lang heeft de storm de branding aangezwollen en zo heeft de oceaan slechts 8 dagen nodig om het nieuwe schip volledig te deformeren; de rollende kanonnen en andere losgeslagen zware voorwerpen hebben dit proces versneld. 
Wanneer Pelsaert na een reis van drie maanden voor hulp uit Batavia terugkeert, is het schip in vele stukken gebroken; zelfs een deel van de kiel is met het vlak en de inhouten weggeslagen. Er rest nog een klein deel van het schip met verschansing; van het voorschip is een deel afgebroken en weggevallen. Bij het voorschip ligt een stuk van het achterschip, dat ter hoogte van de geweerkamer is afgebroken. Wanneer Pelsaert de Batavia voorgoed aan haar lot overlaat, resten er nog slechts de kiel en inhouten (spanten) met daarin ankers, kanonnen, touwwerk en andere zware dingen, die niet wegspoelen. Voor vertrek heeft men veel waardevolle zaken kunnen redden.
Er was veel van waarde aan boord. 
Een totaal van 600 ton lading, vooral ballast stenen, welke in de Oost voor bouw doeleinden worden gebruikt.
Bijzondere stukken zijn: Voor 250.000 guldens aan zilver, een kistje met juwelen, waaronder de camee van Gaspar Boudaen (AD 315); deze ligt nu in Den Haag in het koninklijk kabinet van munten,penningen en gesneden stenen, een bijzondere Byzantijnse vaas, welke nu te Baltimore in Walters Art gallery is en nog veel meer kannen en kruiken. Deze waar is bestemd als geschenken voor belangrijke gezaghebbers en voor inkoop van specerijen. Één kist ligt onder de zware kanonnen bedolven, daar kan men niet bij. Vijftien jaar later heeft men nog Abel Tasman gestuurd om naar het wrak uit te zien. Helaas; het is eeuwen onvindbaar gebleven. 
In 1963 heeft de onderzoekster mevrouw Drake-Brockman met hulp van "Skin divers" de resten van de Batavia teruggevonden. Hieruit is een expeditie gevolgd. Interessante voorwerpen, welke nog zijn gevonden: tinnen kannen, stenen baardkruikjes en navigatie instrumenten, zoals een zeldzaam astrolabium (ster navigatie) en een halfcirkelvormige protractor, delen van een globe, passers en diepteloden en de vijzel van de wrede chirurgijn en onderkoopman Cornelisz met daarop de tekst “Amor Vincit Omnia”; liefde overwint alles. Verder zijn geborgen; enkele bronzen kanonnen en staafkogels die tijdens het gevecht het zeil van de tegenstander vernielen. Later zijn door het museum ook delen van het schip geborgen. Verdere mogelijkheden om nog meer uit het water te halen wordt mede moeilijk gemaakt, doordat het wrak in de branding zone ligt van het rif (ten zuidoosten van Beacon Island). De muiters hebben de mensen, welke zij hebben gedood niet alleen in zee gegooid; een aantal is begraven op het bovengenoemd koraaleiland. Een deel van deze graven is intact; op een ander deel staan hutten van de kreeft vissers. Ook op Seals Island zijn mensen vermoord. In het museum wordt een geraamte getoond van een schipbreukeling met een ingeslagen schedel. Onderzoek op het rif, op de plaats van de Batavia, is door technici-duikers van het Western Australian Museum te Fremantle ter hand genomen, om te trachten het onderzoek af te ronden en zoveel mogelijk materiaal en gegevens te verzamelen. 
 De plaats van het wrak is nog zichtbaar als een grote witte vlek. Er zouden onder water een aantal kanonnen en nog een kist moeten liggen. Wellicht niet meer terug te vinden.

Eduard.