Zeilsloep Sonnevaert, bekroond ontwerp

Afdrukken E-mail


 

Een zeilende ex-reddingssloep als pleziervaartuig.De zeilsloep Sonnevaert ( 8.50 X 2.80), zeiloppervlak ± 40 m2, kiel 1000 kg.

Tot jacht verbouwde sloepen hebben voor velen een aantrekkelijke kant.
Aan een dergelijk schip kan men veel vreugde beleven, maar ook teleurstellingen. Dit laatste vooral als de verbouwing niet op degelijke en deskundige wijze is uitgevoerd. Wij plaatsen dit artikel met veel genoegen, omdat het vele goede wenken voor de verbouwing van scheepssloep tot zeilsloep bevat en een analyse geeft van de mislukkingen, die soms voorkomen. Toch willen wij hier nog wat aan toevoegen: scheepssloepen worden gebouwd met het doel om zoveel mogelijk mensen aan boord te kunnen hebben, terwijl ze geschikt moeten zijn om aan dek te worden meegevoerd onder davits, waarmee ze te watergelaten moeten kunnen worden. Aan deze eisen is de vorm aangepast, een vorm, die bepaald niet de allerbeste is voor een zeilvaartuig. Dat er toch een bevredigend zeiljacht van te maken is, moge uit dit artikel blijken. Om dit resultaat te bereiken met men echter zorgvuldig te werk gaan, zowel constructief, als wat ontwerp van de kiel, roer, zeilplan en opbouw betreft. Sonnevaert lijkt ons hiervan een goed voorbeeld. 
 
sonnevaert04.jpg - 155.15 Kb

Er zijn weinig jachtontwerpers, die een goed woord over hebben voor een tot zeiljacht verbouwde scheepssloep. Men meent, dat deze verbouwingen zelden tot een goed resultaat leiden. De hoofdbezwaren van deze deskundigen zijn gelegen in het feit, dat vele verbouwde sloepen gaan werken, waardoor ernstige lekkage optreedt. Toen ik de Sonnevaert zag, zoals zij was ontworpen door de gebroeders Jansen uit Goes, werd ik zo enthousiast, dat ik deze sombere waarschuwing in de wind sloeg. Het is, dacht ik immers zo, dat vele sloepen in de loop der tijden langdurige reizen, tochten overzee hebben gemaakt. Vooral de tochten van Lamberty en van de poolreiziger Shackleton zijn in dit opzicht vermeldenswaard. Tel daarbij de honderden afgedankte sloepen, die als vissersvaartuig dienst doen, en het feit, dat sloepen ten slotte gebouwd zijn als reddingsvaartuigen op zeeschepen. Het mag dan geen verwondering wekken, dat juist deze zeewaardigheid voor velen een uitgangspunt is voor romantische dromen.


sonnevaert07.jpg - 37.37 Kb


De minder goede naam, die de tot jacht verbouwde scheepssloep heeft, is naar mijn mening te wijten aan verkeerde constructies en smakeloze ontwerpen. Daar vaak goede zeesloepen te koop zijn voor “weinig” geld, verleidt dit vele amateurs tot ondoordachte verbouwing. Ik geloof, dat er voor vele mislukkingen twee hoofdoorzaken aan te wijzen zijn namelijk. De bij de bouw verwijderde doften worden niet door een constructie vervangen, die de romp voldoende verband geeft. De aangezette kiel wordt niet op dusdanige wijze bevestigd, dat zij met het schip een geheel vormt. Men mag daarbij zeker niet, zoals dit soms gebeurt, het zaathout uit de sloep verwijderen om wat meer hoogte te winnen. Om de romp voldoende verband te geven, nadat de doften zijn verwijderd, is een hechte constructie van dek en dekbalken noodzakelijk.


sonnevaert08.jpg - 39.45 Kb

Sonnevaert heeft dekbalken van 8 x 8 cm eiken dekbalken, waarop een dek 3 ½ X5 cm yanglatten zijn gelegd met messing en groef. De naden zijn gevuld met marine glue. Voor het van hetzelfde materiaal gemaakte brugdek is bovendien nog een 18 MM hechthouten schot geplaatst. Dit schot scheidt de motorruimte van de kajuit. Al deze dingen samen geven een stevig verband. De 8 mm dikke aangezette plaatijzeren kielplaat is met beton gevuld en weegt 1000 kilogram. Ze is met 10 op de boden van de ijzeren kiel gelaste 2cm dikke kielbouten aan het schip bevestigd. Om bij het zeilen de zijdelingse druk op te vangen, werden tegen het zaathout eiken wrangen geplaatst. Ter versterking van het geheel zijn op een aantal wrangen U-vormige gegalvaniseerd ijzeren spanten aangebracht, die oplopend tegen de huidgangen van het schip door middel van vulstukken en bouten zijn vastgemaakt. Bij de bevestiging van de aangezette kiel hebben wij een praktische ervaring opgedaan, die vermeldenswaard is. Bij andere sloepen was geconstateerd, dat het aanbrengen van de kiel dikwijls ondanks nauwkeurige metingen moeilijkheden met zich meebracht. De moeilijkheden werden veroorzaakt, doordat de kielbouten vast in het verharde beton stonden en door de door geringe afwijkingen niet gemakkelijk door de van tevoren geboorde gaten in de houten kiel en het zaathout van de sloep gleden. Dit euvel werd opgelost door de kielbouten van boven conisch te maken en onder op de bodem van de kiel vast te lassen. De sloep werdvervolgens op balken zodanig boven de kiel gebracht, dat de bouten er een eindje instaken. Daarna kon de sloep zakken. Pas op het laatste moment werd het beton in de kiel gestort. Het voordeel van deze werkwijze is, dat de kielbouten in het slappe beton beweeglijk blijven. Tijdens het zakken van de sloep werden kleine afwijkingen van de bouten in de gaten vanzelf gecorrigeerd. Bij het aandraaien van de bouten werd het beton vanzelf in de juiste vorm geperst. Natuurlijk moet wel rekening worden gehouden met een geringe inklinking van het beton. Ten slotte werd er met horizontale bouten een verbinding tot stand gebracht tussen de aangezette kiel en de houten kiel van de sloep. De kajuit en het doghouse werden gemaakt van 10 mm hechthout geschroefd op teakhouten spanten. De kuip heeft ongeveer dezelfde vorm als die van het zeekruisertje Englijn van Harrison Butler. De kuip werd gemaakt van 20 mm hechthout. De luiken bestaan uit 2 ½ cm dik Yang. Het voorluik werd geconstrueerd naar het waterdichte ontwerp van Maurice Griffiths. Het boeisel en de schuine stevens zijn in hoofdzaak verantwoordelijk voor de mooie lijnen van het schip. Het boeisel werd gemaakt van in de vorm gebrand iroko, aan de binnenkant gestut door aan de bovenste gangen bevestigde steunbalkjes. Voor het roer werd een 8 mm dikke staalplaat gebruikt, waaraan met bouten wangen van yang werden vastgemaakt. De oppervlakte van het roer bedraagt 10% van het lateraal plan.



sonnevaert.jpg - 84.17 Kb

Het scheproer werkt zeer effectief. Mast, giek, gaffel zijn van massief Oregon Pine. Wij kozen een smal hoog gepiekt gaffelzeil, een tamelijk grote fok en een flinke kluiver. De mast is aan de voet vrij dik en het hoofdwant wat achterlijk geplaatst. Mede daardoor zijn de bij het zeilen lastige bakstagen overbodig. Het zeilplan is een gemiddelde van ervaring en berekeningen. De sloep zeilt goed, zij luistert ook bij flinke golfslag goed naar het roer ze is niet abnormaal loef- of leigierig; dit geldt voor varen met of zonder kluiver. Natuurlijk is de Sonnevaert bij zwakke wind langzaam, maar bij een frisse bries houdt zij tamelijk snelle schepen gemakkelijk bij. Overigens is het merkwaardig welk aanzienlijk deel in de snelheid de kluiver inneemt. Begrijpelijkerwijs gaat zij niet zo snel en gemakkelijk door de wind als een scherp jacht, maar wij hebben geen moeite met haar. Sonnevaert verlangt een schoon onderwaterschip, anders worden haar bewegingen moeizaam. Het brede voordek, dat als speelplaats voor de kinderen dienst doet, neemt slechts bij uitzondering water over. Bij een flinke wind voelt men een stijf en betrouwbaar schip, wat hier op de Zeeuwse wateren een geruststellend gevoel kan zijn. Sonnevaert bewees haar zeewaardigheid op een langdurige tocht over de Westerschelde bij windkracht 7 tot 8 onder een grote fok en enkel gereefd grootzeil. Slechts een zeer geringe lekkage door de bovenste droge huidgangen was het gevolg. Zoals vanzelf spreekt, blijft er altijd wel wat te wensen over, maar wie kent de schipper met een volmaakt schip.
H.J. van der Werff