In 1944 in de vaart genomen als SS. Cranston Victory en in 1947 omgedoopt als SS. Zuiderkruis. In 1951 is het schip omgebouwd tot emigrantenschip en kreeg zij 18 sloepen. Sloep.Org kent de sloepen Thor en Charley.Ss. Zuiderkruis was een type Victory; zij heeft  dienst gedaan als Amerikaans vrachtschip van 1945 tot 1947 onder de naam Cranston Victory. Onder Nederlandse vlag heeft zij die taak voortgezet van 1947 tot 1951 onder beheer van de Koninklijke Rotterdamse Lloyd. In 1951 is het schip omgebouwd tot emigrantenschip en heeft zij 10 jaar gevaren onder beheer van Stoomvaart Maatschappij Nederland. Zij is hierna overgegaan naar andere eigenaren; ze heeft  ook nog gediend als woonhotel en na totaal 23 jaar dienst is zij in 1968 te Bilbao gesloopt. In haar periode als vrachtschip zijn op de Zuiderkruis vier reddingboten zichtbaar. Tijdens haar periode als emigrantenschip hangen 18 teakhouten sloepen in de davits. Er moeten nog een aantal van deze sloepen varen. Bij Sloep.Org zijn twee sloepen van dit schip bekend. Van de sloep Thor en de Charley hebben wij foto's

.thor(ex-zuiderkruis).jpg - 171.41 Kbapril2009 085.jpg - 44.36 Kb

zk-data-31.jpg - 76.83 Kb SS. Zuiderkruis als emigrantenschip

thor(ex-zuiderkruis).jpg - 171.41 Kb Thor onder zeil

Grote beurt voor De Thor

aaron pet 042b.jpg - 621.62 Kb   aaron pet 092.jpg - 229.62 Kb
Polyester wordt verwijderd                                                                 Registratie in voorsteven

juni2007kraan 007.jpg - 703.02 Kb Volgende fase (drogen)
Bouwjaar ongeveer 1950. 52 personen.


Reactie van schipper van de "Thor":
De verdere geschiedenis van mijn sloep is moeilijker dan gedacht. Zij is in ieder geval van oorsprong een motorsloep, gezien het schroefas-houten-blok; wat in de romp zit. In den Helder zijn alleen gegevens van de "echte" Marine sloepen, niet die van schepen die ingehuurd zijn geweest.  Wel heb ik achterhaald, dat de teakhouten sloepen van de "Zuiderkruis", waar de mijne er één van moet zijn, in Nederland zijn gebouwd. De oorspronkelijke (Amerikaanse) sloepen waren staal geklonken. De bouwer van mijn sloep moet ergens in de buurt van Ridderkerk hebben gezeten. Verder ben ik nog niet. 

In 2007  is de Thor onder handen genomen. Zij is ontdaan van haar polyester jas.
Hier het relaas van schipper Bram van juni 2009; Met de Thor is het minder, dat wil zeggen die is niet meer. Na veel werk aan polyester eraf plukken, vervolgens een tijdje laten drogen hem nog uitvoerig bekeken. Er bleek te veel hout afgestorven en vermolmd te zijn. Door tijdgebrek en geen beslissing kunnen nemen heeft ze nog een jaar gestaan. Een maand geleden is de zaag er in gegaan en is ze gesloopt. Groet, Bram. 

Sloep Charley

april2009 082.jpg - 42.23 Kb

Sloep Charley heeft een renovatie van enkele jaren ondergaan en is in de vaart. Zij toert rond met gezelschappen  in de Zuid-limburgse wateren.

 april2009 021.jpg - 21.89 Kb Achtersteven
Website www.sloepcharley.nl

Meer over de geschiedenis van ss Zuiderkruis kunt u vinden op website;  http://www.arendnet.com/zuiderkruis.htm .

Een reis met ss. Zuiderkruis

Een hystorisch verslag door Bert Broekman 

Deel 1

Op 19 april 1955 vertrok ik als kok, werkend op het emigranten schip ’Zuiderkruis’, voor een wereldreis met aan boord mijn broer, schoonzuster en mijn kleine neefje Henk, om hen naar Australië te brengen. Mijn vader, moeder, en andere familie leden zwaaiden ons in Amsterdam uit. Wat hadden ze het moeilijk daar aan de Java kade. De meeste emigranten die vertrokken waren nog nooit over onze landsgrens geweest. Lange linten verbonden ons nog lang met elkaar. De zakdoeken hadden twee functies: zwaaien en er in snotteren. Rondom ons zagen wij hartverscheurende scènes bij het afscheid, en tranen toen het Wilhelmus klonk. Weer een stukje van ons gezin brokkelde af, omdat Nederland te vol en onzeker was tijdens de koude oorlog. De sleepboot 'Nestor' van Bureau Wijsmuller hadt het er maar druk mee. Langzaam kwam het schip los van de kade. Toen ik even later door de patrijs poort keek zag ik de Coenhaven en daarna de petroleum haven voorbijglijden. Na de Hembrug waren we zo in IJmuiden. Veel afscheidnemers reden met de auto snel naar IJmuiden om hun dierbaren nog even in de sluizen te zien. Maar dan was het ook echt voorbij. De sluis ging open en de Noordzee lag voor ons. De loods ging buitengaats van boord en de reis begon. Als alles goed gaat ben ik in juli weer terug. Voor mij was het geen afscheidt voorgoed, maar voor Jan en Annie en kleine Henk wel. Onder de emigranten waren veel reizigers die tegen wil en dank mee moesten. Ze moesten mee om dat ze minderjarig waren of werden min of meer gedwongen door hun partner. Als zo´n emigrantenschip vertrok heerste er onder de passagiers gejaagdheid. De een stond te huilen en anderen lachten breed uit, een onzekere toekomst tegemoet. Veel Nederlanders waren echter van mening dat de toekomstkansen in Nederland gering waren en kozen voor de onzekerheid van een nieuw bestaan in Canada, de Verenigde Staten, Zuid Afrika, Australië of Nieuw Zeeland. De overheid stimuleerde de emigratie met subsidies. Duizenden emigranten staken de oceanen over aan boord van schepen met de bekende namen: Waterman, Groote Beer en Zuiderkruis. 
Eind 1946 kocht de Nederlandse regering deze drie, als troepentransportschip ingerichte Victory’s, van het snelle type.

Daarvan pendelde de Zuiderkruis jaren onvermoeibaar heen en weer tussen Nederland en Indië. Nu was zij echter niet meer nodig voor troepentransport.
De verbouwing in 1951 was zo grondig, dat wie niet van de verbouwing wist, haar nadien zeker niet als de ‘ oude’ Zuiderkruis herkende. Het was net als de Groote Beer toch wel een sober passagiersschip voor het transport van 850 reizigers. Je kon er wel van alles kopen, want er was een winkel aan boord alsmede een coiffeursalon en een fotograaf. Tevens kon je kunt een beroep doen op medische hulp. Verder o.a. een grote keuken, kleine operatiekamer, hospitaal, apotheek, grote eetzaal en een bioscoop. De machinekamer was indrukwekkend met zijn 8.500 pk Westinghouse Electric turbine die maar een enkele schroef aandreef. Kruissnelheid: 17,5 knopen. 
Het was eigenlijk een wereld in het klein. We hadden zeker nog geen passagiers genoeg, want in Southampton kwamen er nog bij. Wij zeelui zeggen dan: "We vertrekken met een volle bak"

Vervolg reis met de Zuiderkruis 19-04-1955

Het werd een reis van flink aanpakken tijdens de lange oversteek over de Atlantische Oceaan naar Willemstad op Curaçao. De eerste dagen miste je veel passagiers aan de eettafels omdat ze zeeziek waren. In de avond ging ik wel eens buurten bij Jan en Annie en kleine Henk, maar ik had mijn werk aan boord en ik moest me aan de regels van het schip houden. Je mocht je als bemanningslid niet tussen de passagiers begeven, behalve dan als je moest werken in de salon of op het dek iets moest serveren. De chef-kok kon voor mij ook geen uitzondering maken. s ´Avonds maakten wij een afspraak op het achterdek. Onze Jan ging ook een onzekere toekomst tegemoet. Tenne had wel werk voor hem geregeld in een houtzagerij, maar het werd duidelijk pionieren voor hen. Ze kwamen in een kleine houten woning terecht. De temperatuur was zeer hoog in West Australië en het barstte er van vliegen. Het dorpje Pemberton waar hij te werk gesteld werd was veraf gelegen, Jan en Annie hadden geen vervoer, begin er maar aan. In ieder geval ik niet. In deze zeereizen had ik al zo veel gezien en gehoord over emigreren en het mislukken daarvan. Vaak had ik de emigranten met borden aan de kade langs de schepen zien lopen met de naam van hun oude woonplaats in Nederland er op. Om maar in contact te komen met mensen uit hun gemeente in Nederland. Hele weekenden zaten ze in de haven. Als je dan in gesprek kwam met die mensen was het alleen maar heimwee wat de klok sloeg. Het was om er medelijden mee te krijgen. Er waren natuurlijk ook emigranten waar alles goed mee ging en die voor geen geld meer terug wilden naar Nederland.

Door de wissellende werkzaam heden in de keuken en geen vaste plaats in de brigade, had ik het niet zo goed naar m’n zin op de Zuiderkruis. Het was duidelijk een avontuur en zo zag ik het ook. Na bijna veertien dagen varen kwamen we vroeg in de morgen de haven van Willemstad binnen. Het was een hele gewaarwording, een grote ponton brug ging dwars liggen en dan konden wij afmeren. De passagiers gingen allemaal de wal op, dus wij ook. Hierna vervolgden we onze reis richting Zuid-Amerika, maar toen waren we al weer enkele weken verder. We kwamen in de avond aan in de stad Cristóbal, aan de noordkust van Panama. Rondom de haven stonden vooral scheepvaartkantoren en het stadje was stoffig en vervallen. Cristóbal ligt tegen de stad Colon. Die stad is genoemd naar de ontdekkingsreiziger Columbus. Die zette er in 1502 voor het eerst voet aan wal. Nu zette ik daar voet aan wal. Toch niet te geloven, dat jongetje uit de Verwerstraat. Een taxirit naar het centrum kostte ons 10 dollarcent. Je kunt natuurlijk ook op een Chevy vrachtwagentje springen zeiden de matrozen. Daar aan gekomen was het benauwd en een drukte van belang, echt Zuid-Amerika.
De hele bemanning dook de kroeg en de nachtclubs in. Ik had geen verplichtingen meer in Eindhoven en deed volop mee. Rum met Coca ¢cola, het kon niet op. Wat was het leven mooi.

De volgende morgen kon het spektakel beginnen. Op het schip maakte de dekdienst zich klaar voor de tocht door het Panama kanaal. Een sleepboot zou de `Zuiderkruis` een stukje op sleeptouw nemen en er kwamen twee loodsen aan boord. De loodsen kenden het kanaal als hun broekzak. Op sommige plaatsen was het kanaal heel nauw. Als je iets verkeerd deed, kon het schip grote schade oplopen. We voeren door een groot meer. De loodsen wisten precies hoe die vaargeulen liepen. Voor ons voer een Amerikaans oorlogsschip. Hoe groter het schip, hoe meer loodsen er nodig waren. Het Panamakanaal is tachtig kilometer lang. De doortocht duurde tien uur. Het schip moest zes kolossale sluizen passeren. Bij ons in Nederland zijn de verschillen in de waterstanden niet zo groot, maar in Panama is het water in het bergachtige binnenland stukken hoger dan het water van de oceaan. De eerste drie sluizen brachten het schip 26 meter omhoog. De andere drie lieten het weer zakken tot op zee niveau. Alle sluizen in het Panamakanaal zijn dubbel. Er liggen er telkens twee naast elkaar, zodat er steeds twee schepen tegelijk kunnen passeren. De vaarrichting van de schepen maakt daarbij niet uit. De afmetingen van het passagiersschip waren imponerend als je de Caronia naast je in de andere sluis zag liggen. De sluizen zijn 305 meter lang en bijna 34 meter breed. Kleine dieseltreinen, zogenaamde `muilezels`, trokken het schip de sluizen binnen.

Op zee was de lucht fris. Hier hing de geur van het oerwoud. Door het vochtige klimaat groeien er veel bomen en planten. De boslucht drong zelfs door tot in de keuken. Aan weerszijden van het Gatunsa meer ligt een bergachtig landschap met tropische regenwouden. Om twee uur `s middags naderden we Barro Colorado, het grootste eiland in het meer. Het is mooi groen. Een uur later voeren we in het kanaal uitgehouwen tussen steile rotswanden. Ik schat dat het 150 meter breed is. De ´´Zuiderkruis´´ voer nu door het eerste stuk en kwam bij de Miraflores-sluis aan. Dat was de eerste sluis die het schip weer een trapje lager bracht. Daarna volgde nog de Pedro-Miguel sluis. Dat waren twee sluizen achter elkaar daar kwamen de muilezels`` weer in actie. Die trokken het schip weer de sluizen in. Aan weerszijden bleef maar 50 cm ruimte over, zo nauw was het allemaal. Eenmaal buiten de Miraflores-sluizen kon het schip door het Miraflores-meer varen. Toen we door dat meer waren lag de Pedro-Miguelsluis op ons te wachten. Daarna moesten we nog op het niveau van de Atlantische oceaan komen; dus, nog een sluis de Gatún-sluis. Alle sluizen hadden we nu achter de rug. De reis door het Panama kanaal was volbracht. De loodsen konden van boord gaan. De Zuiderkruis koos weer het ruime sop en in de avond liepen we de haven van Cristobal binnen. De passagiers mochten van boord als ze maar voor middernacht terug waren. Op naar de stad Papeete op het eiland Tahiti. Maar dat was voor over veertien dagen, eerst moesten we de Stille oceaan voor de helft nog oversteken. Er was geen airconditioning aan boord en de watertanks waren onvoldoende voor zo veel passagiers. Dus er stonden ons nog heel wat problemen te wachten. Op een grote wereld kaart werd in de messroom de positie van het schip weergegeven. Elke dag kwamen we dichter bij onze bestemming.

Slot reis met de Zuiderkruis

We waren al vier weken onderweg naar Australië met het emigrantenschip de ´Zuiderkruis´. Mijn broer en schoonzus ontmoette ik s´ avonds op het achterdek. De passagiers hadden het de eerste dagen druk om het schip te verkennen. Daarna kwamen de leden van het ontspanningsteam in actie met sport en spelletjes. Hierna sloeg de verveling toe, hetgeen zich uitte in flirten, sigaretten roken en andere onzinnige dingen. Het probleem voor de ouders van de opgeschoten jongeren aan boord was, hoe hun zoon of dochter in de gaten te houden. In iedere sloep lag wel een vrijend paartje. Ik hoorde van Jan en Annie, dat er onder de passagiers veel irritatie was en dat er veel werd geroddeld. Te veel mensen weken lang op een kluitje, het duurde allemaal te lang en we hadden nog weken voor de boeg. De kinderen aten altijd om vijf uur vooraf voor de volwassenen. Als er werk was in de salon, deed ik dat meestal. Je moest wel zorgen dat je een smetteloos wit koks uniform aan had, anders kwam je daarvoor niet in aanmerking. Henk van Jan en Annie zag ik daar ook geregeld. Henkie snapte er ook niets van, dat zijn oom hier rond liep. Het menu werd door knappe koppen op het kantoor aan de wal bedacht, maar de producten waren niet altijd goed te houden op een dergelijk lange reis. De aardappelen waren doorgeschoten en de nog verse groenten aan boord lieten te wensen over. De maaltijd was het hoogtepunt van de dag en elke dag weer stonden wij bloot aan veel kritiek. De zee was nu spiegel glad en als je over boord keek zag je de dolfijnen weer zwemmen, springen en duiken met z´n drieën of vieren vlak voor de scherpe boeg langs. Er gingen dagen voorbij dat wij geen schip zagen, alleen maar water. De zon stond de hele dag te branden en er werd twee maal daags gedoucht door de passagiers. Dat had tot gevolg dat het water op bepaalde tijden van de dag werd afgesloten. Ik had geen vaste plaats in de keuken en wisselde vaak van party. Zo leerde ik wel veel koks en hun werkmethoden kennen. Ik deed goed mijn best en werkte hard. Als ik iets niet kende vroeg ik dat aan een chef de party.

In de voorpunt was een kleine keuken voor de bemanning. Soms moest ik daar assistentie verlenen of er iets uit de grote keuken heen brengen. Naast die keuken was een klein eetzaaltje waar de bemanning at. De matrozen aten altijd eerst en daarna de civiele dienst. Het was daar heel gezellig. Bier werd pas na acht uur verstrekt. Bij het begin van de reis werd aan ieder een bierglas uitgereikt en was je dat glas kwijt, dan had je een probleem. Er werd geen tweede glas verstrekt. De passagiers hadden een ander model servies, dus zo leerden ze je zuinig te zijn met de bierglazen. Wel kon je een borrel kopen, een pikketanissie.
De voorpunt van het dek was alleen voor de bemanning en verboden terrein voor de passagiers. Je kon mij altijd op de late avond vinden op de punt van het schip. Als je van uit het verlichte voorschip kwam moest je eerst wennen aan de overgang aangezien het daar aarde donker was, dus, schuifelend naar de voorplecht. Daar voor op het schip zat de matroos van de wacht, turend in het donker of hij een schip aan de horizon kon ontdekken. Als hij een lichtje ontdekte meldde de matroos van de wacht dat aan de brug. De honderdduizenden sterren aan het firmament lieten je voelen hoe nietig onze aarde eigenlijk is.

Bijna geruisloos ploegde het schip door de zee.  Achter op het schip was het niet zo stil. De schroef hoorde je een beetje boven het water uit slaan en liep je midscheeps dan hoorde je duidelijk de motor. Een paar dagen later waren we dan eindelijk in Papeete op Tahiti. Daar gingen we o.a. verse groenten, fruit, water en stookolie bunkeren. De passagiers konden dan de wal op om het eiland te verkennen. Meestal gaf dat voor ons nog meer werk dan normaal omdat het dan heel rommelig was. De één at wel aan boord en anderen bleven zonder afspraak maken weg van de tafel. Soms kregen ze lunchpakketten mee.

Er kwam een mededeling van de kapitein:” Morgenvroeg varen wij de haven binnen, maar er mag niemand de wal op, omdat er mazelen heerst onder de kinderen aan boord”. De autoriteiten van Tahiti gaven geen toestemming en waren bang voor het uitbreken van een epidemie onder de eilandbewoners. Langzaam en op eigen kracht liepen we de haven van Papeete binnen. Honderden eilandbewoners stonden aan de aanlegkade, waaronder veel prostituees. Zij wisten niets van de problemen aan boord en rekenden op handel en klanten. De plaatselijke autoriteiten kwamen praten, maar er veranderde niets aan hun standpunt en onze 800 passagiers hingen teleurgesteld over de reling. Enkele bemanning leden doken in het water en klommen met de touwladder voor de sloepen weer aan boord. Ze moesten bij de kapitein komen en kregen een berisping. Sommige passagiers deden ook een poging, doken eveneens in de haven en klommen weer naar boven. De mensen op de kade begonnen bananen en andere dingen naar boven te gooien, maar kregen toch door dat er wat aan de hand was. Dan werd de loopplank naar binnen getrokken en was het uit met de pret. Het was een grote teleurstelling, ruim veertien dagen op zee, zo’n mooi eiland, en dan niet aan wal mogen. Het provianderen moest met onze eigen scheepskranen. Het schip werd weer vol gestouwd en klaar voor vertrek gemaakt. De scheepsfluit blies een paar korte stoten en tegen het vallen van de avond voeren we langzaam weg. Bemanning en passagiers wisten dat het weer veertien dagen afzien werd.

De volgende haven was Wellington in Nieuw-Zeeland, maar dat was nog vele zeemijlen te gaan. Wij in de keuken hadden voorlopig werk genoeg. Onze Jan en zijn vriend werkten voortaan ook in de keuken. Alle fruit en groenten moesten in het koelhuis. Het was altijd lachen als de vreemde producten aan boord kwamen. Spinazie als bremstruiken, aardappelen zo groot als kokosnoten, bloemkolen van een halve meter doorsnee, maar de koks wisten overal raad op, behalve wanneer een koksmaat een pan in de stortkoker gooide. Zo, n stort koker werd gebruikt om het keuken afval naar buiten te gooien. Een koksmaat had daar een pan in gegooid met het gevolg dat hij muurvast zat. Hij had bovendien nog geprobeerd de pan er met een stok doorheen te duwen. De bootsman vloekte heel wat af voordat die pan er uit was.

Inmiddels zag ik er ook niet meer tegen op om voor 850 personen rodekool te maken of saucijsjes te bakken. Iedere dag leerde ik bij en alles, wat ze me een keer voordeden, nam ik in me op. Ondanks de nieuwe watervoorraad bleef de rantsoenering van kracht. Ruim veertien dagen in de gloeiende hitte. Ik sliep meestal voor op het dek. Je moest er tegen kunnen want tegen de morgen koelde het sterk af. Dan begon het gesleep van de matrassen, terug naar de hutten. De passagiers, die in Nieuw Zeeland het eerste van het schip af zouden gaan, waren al aan het inpakken. De volgende dag kwamen we in Wellington aan op het Noordereiland van Nieuw-Zeeland. De temperatuur was behoorlijk teruggelopen. We stuurden een telegram naar huis dat alles goed was. Dat was beter dan een brief of aanzichtkaarten te sturen, die bleven zo lang onderweg dan ik al lang weer thuis zou zijn. Het was altijd gezellig in en rondom de hutten van de marconisten. Daar lagen catalogi van cadeaus die je kon bestellen Als je iets bestelde was het binnen vierentwintig uur op de plaats van bestemming. Naast de marconisten hut was de kleine drukkerij waar de menu´s en de scheepscourant werden gedrukt. Elke dag werd er een ´´Zuiderkruis´´ bulletin in de messroom opgehangen met daarop het wereldnieuws, weersbericht en de laatste nieuwtjes van het schip. Vandaag een extra bijlage over de historie van de Zuiderkruis.

De Zuiderkruis was in maart 1944 op een scheepswerf in Oregon corporation van Portland in Amerika gebouwd. Het was een haast karwei, want op 5 mei 1944 was zij al klaar. Het schip werd gedoopt met de naam ’Victory-ship Cranston Victory’. Duizenden Amerikaanse soldaten werden ermee verscheept naar de Pacific om tegen de Jappen te vechten. In maart 1947 deed het dienst als troepentransportschip om onze jongens naar Nederlands Indië te brengen. Ook is zij gebruikt als hospitaalschip. Tot de bekendste Victory schepen onder Nederlandse vlag behoren de ’Groote Beer’, de ‘Waterman’ en dan onze ‘Zuiderkruis’. De ‘Groote Beer’ werd gebouwd als troepenschip onder de naam ‘Costa Rica Victory’ De Nederlandse regering kocht haar aan in 1947 en gaf het schip in beheer van de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam. Vanaf 1952 kwam ze onder beheer van de H.A.L., maar bleef ze eigendom van de Nederlandse regering.

Bert Broekman

 
please publish modules in offcanvas module position